Nederlandse Politie Geschiedenis in beeld

Jan Geradus Jentzema

1918 - 1944

Jan wordt geboren op 4 juli 1918 in het Javaanse Tjimahi en woont tijdens de Duitse bezetting in Tilburg, waar hij op 5 mei 1943 trouwt met Maria Graauwmans. Als lid van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, de Raad van Verzet en verspreider van het communistische illegale blad De Vonk is Jan actief in het verzet. Nadat hij vanwege zijn functie wordt gestationeerd in Groningen, sluit hij zich daar aan bij verzetsgroep De Groot.

Op 4 december 1944 wordt hij in Groningen gearresteerd tijdens een overval op firma Swarte in de Heerstraat en gevangen gezet in het beruchte Scholtenshuis, in gebruik als Huis van Bewaring en hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst (SD).

Anderhalve week eerder, op 23 november, heeft het verzet een aanslag gepleegd op een stoomtram onder weg van Drachten naar Groningen, bij het plaatsje Trimunt in de gemeente Marum. De machinist en het trampersoneel waren allen Duitsers, aangezien het Nederlandse personeel was ondergedoken of in kader van de Arbeitseinsatz in Duitsland zat. De tram werd gebruikt voor het vervoer van dwangarbeiders en daar wilde het verzet in Drachten een einde aan maken door de koppelingsplaten los te schroeven en te verschuiven, zodat de tram ontspoorde. Zonder dat er dodelijke slachtoffers vallen, slaagt de aanslag, maar de gevolgen blijven niet lang uit.

Erich Deppner, commandant van de Sicherheitspolizei (Sipo), besluit represailles te nemen door vijf willekeurige arrestanten uit het Scholtenhuis te fusilleren op de plaats van de aanslag. Onder begeleiding van Ernst Knorr, commandant in het Scholtenhuis, twee Nederlandse SS’ers en leden van de Grüne Polizei wordt Jan samen met vier anderen in de voormiddag van 8 december 1944 met de tram naar Marum gebracht. Bij het station worden ze onder schot naar buiten gebracht en gedwongen in marstempo naar de plaats van de aanslag te lopen. Daar worden ze op een rij gezet en doodgeschoten; eerst drie en daarna de andere twee.

Jan is 26 jaar geworden en laat een zwangere weduwe achter, wiens eerste kind al overleden was. Hun tweede kind wordt drie maanden later geboren. Jan rust op het Nationaal Ereveld in Loenen. Zijn naam staat tevens vermeld op de veldkei in Marum die de moord op de vijf mannen in herinnering houdt.

( Bron Brabantse gesneuvelden )